Je eerste vergeet je nooit meer. Mijn eerste was een
Française, lelieblank en temperamentvol. Haar soortnaam was Citroën AX, maar ik
noemde haar Marianne. Toen ik haar kocht, in het laatste jaar van de twintigste
eeuw, was ze eigenlijk al een museumstuk: ze had vier versnellingen, een
handmatige shoke (waarvan de beheersing me een maandje bloed, zweet en tranen
heeft gekost), slechts één zijspiegel en geen achterruitwisser. Ze woog 637
kilo, want bij de AX hoefde je van de carrosserie (en daarmee de kreupelzone)
niet te veel te verwachten. Maar ik was maar wat gelukkig met mijn teerbeminde
metgezellin. In een tijd dat iedereen om ons heen ons voorbij stoof met cruise
control, ABS en airbags, bevonden Marianne en ik ons in een tijdsvacuüm dat
volledig toebehoorde aan een ander tijdperk.
We zijn
twee jaar en acht maanden samen geweest, maar in mijn hoofd lijkt het veel
langer. Misschien omdat we veel doorstaan hebben in die tijd: na een paar
maanden trok ik haar pook uit de kom, ik heb haar ooit afgesloten met de
sleutel nog in het contact, we hebben eens met een doorgebrande bougie langs de
A10 gestaan en verder had ze veel te lijden onder mijn onervarenheid. Zo had ik
op een onbewaakt ogenblik een motorrijder in mijn linkerportier (waarna het
raam niet meer open kon, totdat ik hem liet vervangen) en heb ik het eens
gepresteerd om op de A4 een lang stuk honderd te rijden met de handrem er nog
op (want het lampje was stuk). Daar staat tegenover dat ze in die tijd al een
keer of drie klinisch total loss is verklaard, maar ik haar telkens weer
liefdevol heb laten oplappen. Totdat het echt niet meer ging…
Achteraf
gezien was het een waardig afscheid om nog even met haar terug te zijn geweest
in haar geboorteland. Met de autoslaaptrein, want we wilden haar het hele stuk
rijden niet aandoen. Terecht, zo bleek, want al reed ze met een dartele drift
door de Languedoc, op een kwade dag viel bij Sérignan haar uitlaatpijp eraf.
Zodra we doorhadden dat er geen motorrijder achter ons zat maar dat de herrie
afkomstig was van Marianne, zetten we haar aan de kant, om hulp te vragen bij
een nabijgelegen camping. De campingbaas wist van wanten: hij had een vriendje
bij de sloop en een ander vriendje bij een garage in de buurt, zodat we voor
een prikkie onze reparatie zwart konden regelen. Al zat daar de adder onder het
gras: diep in de binnenlanden was pinnen utopisch, zodat we moesten lopen naar
het dichtstbijzijnde stadje en met de taxi terug, om nog op tijd te zijn voor
de sluiting van de garage. Maar dan had je ook wat, ze reed daarna weer tierig
door het heuvelachtige landschap. Zoals gezegd, achteraf gezien was het een
waardig afscheid. Enkele maanden later bezweek ze definitief aan inwendige
bloedingen en eindigde ze als orgaandonor op een non-descripte sloop. Haar
nummerborden en 'chevrons' heb ik plechtig meegenomen als aandenken en moet ik
nog ergens hebben. Er zijn nadien er nog anderen gevolgd, die zonder
uitzondering beter waren uitgerust, comfortabeler en moderner waren. Maar zoals
met Marianne wordt het toch nooit meer.